Taalcafé: Welke taal sprak Karel de Grote – en doet dat ertoe?

Voor dit taalcafé hebben we dr. Peter Alexander Kerkhof uitgenodigd. Hij is Universitair Docent Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap aan de Universiteit Leiden en komt ons vertellen over interdisciplinariteit en de vroegste geschiedenis van het Nederlands.

Het Taalcafé is in PCH 1.05, op donderdag 21 maart van 17.00 tot 18.00 uur met een borrel achteraf.

Peter Alexander Kerkhof is historisch taalkundige en filoloog van Oud Germaanse, Oud Romaanse en Oud Keltische talen. Hij werkte als PhD-docent in Indo-Europese taalkunde aan de Universiteit Leiden van 2013 tot 2016 en als etymoloog bij het EVALISA-project aan de Universiteit Gent van 2016 tot 2018. Zijn onderzoek richt zich op de waarde van prehistorische leenwoorden als een historische bron in het interdisciplinaire veld van archeologie, vroeg-middeleeuwse geschiedenis en historische taalkunde. Daarnaast publiceerde hij verschillende populairwetenschappelijke artikelen in Nederlandse tijdschriften en gaf hij meerdere radio-interviews over de prehistorie van het Nederlands.

— Welke taal sprak Karel de Grote en doet dat ertoe? Interdisciplinariteit en de vroegste geschiedenis van het Nederlands

“In de laatste decennia is er door historici en archeologen veel geschreven over migratie en vroegmiddeleeuwse identiteit. Veel van deze onderzoekers is gaan er van uit dat socioculturele identiteit een gelaagd fenomeen is, dat wil zeggen dat iedere persoon meerdere identiteiten heeft en afhankelijk van de situatie een pragmatische keuze kan maken over welke identiteit hij/zij promoot of onderdrukt. Historici en archeologen hebben de laatste decennia dan ook veel geleerde studies over de volksverhuizingstijd (400-600 nChr) geschreven waarin de maakbaarheid van etnische affiliatie benadrukt wordt. Taal wordt in dit theoretische kader vrijwel genegeerd en beschouwd als een identiteitsmarker die vergelijkbaar is met het opdoen van een Romeinse broche of het namaken van Romeins aardewerk.

In deze lezing betoog ik dat dit perspectief aan grote gebreken lijdt. Uit sociolinguïstisch onderzoek blijkt namelijk dat in veruit de meeste gevallen taal één van de belangrijkste socioculturele identiteitsmarkers is. Wanneer mensen op volwassen leeftijd een nieuwe taal leren, spreekt men die taal vaak met een accent dat ontleend is aan de moedertaal. Deze sociolinguïstische principes waren dus ook relevant in de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen. Wat voor informatie heeft de historische taalkunde de geschiedwetenschap op dit gebied te bieden? En weten we eigenlijk over welke taal of talen Karel de Grote sprak? Dit en meer zal in deze lezing besproken worden.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: